Het blauwe paard: cultuurbeleid uit de comfortzone

Verkiezingstijd, de piketpalen worden geslagen en het gevecht om de ruimte gaat beginnen. Bestaand beleid lijkt op losse schroeven, maar dat is een illusie van het spel dat iedereen graag speelt. Inmiddels zijn de diverse (concept) programma’s van de partijen gepubliceerd. Een overzicht specifiek voor de culturele sector stond vorige week in de Volkskrant. In een notendop: VVD, PVDA, CDA doen met name een oproep aan de sector om het publiek te boeien en binden. PVV en SGP trekken hun handen er helemaal vanaf. En Groenlinks, SP, PvdD, D66 en ChristenUnie benoemen het belang van de sector voor de samenleving (lees voor overheidsondersteuning) en willen meer aandacht voor cultuureducatie.

 

Het blauwe paard

Omdat de ontwikkeling van de cultuursector mij zeer aan het hart gaat, wil ik graag op deze wijze mijn bijdrage aan de discussie en beleidsvorming leveren. Om een goede afweging voor beleid te maken, is het naar mijn mening belangrijk, heel helder te hebben waar we nu staan, wat onze doelen zijn en vervolgens hoe we die gaan bereiken met behulp van beleidsvorming. Ik zie de fase waarin de culturele sector nu verkeerd als transformatiefase. Ik noem deze fase ‘Het blauwe paard’. Waarom? Het Blauwe paard, een schilderij van Franz Marc, staat voor mij symbool voor waar de culturele sector voor staat. Marc heeft de kleur blauw gekozen, omdat die kleur volgens hem de kracht van paarden weergeeft. Door middel van kleur laat hij iets zien van het innerlijk van het paard. Hij vervormt de werkelijkheid om kracht en energie uit te drukken. Het is een expressionistisch schilderij, waarbij de gevoelswaarde, het onderbewuste, dat de kunstenaar ervaart naar aanleiding van het onderwerp, de boventoon voert. Er wordt wel gezegd:”Het expressionisme kent maar één wet: dat er geen wetten zijn, en dat die dan ook niet opgelegd mogen worden.” Dit is nodig om tot nieuwe vormen, lees in mijn symboliek, nieuw beleid van zowel overheid, de Kunstacademies als de uitvoerenden zelf, te komen. Laat oude gedachten en conventies los en creëer nieuw effectief beleid volop kansen voor ontwikkeling, kwaliteit en vraag naar cultuur.

“Kunst beoogt het onaardse leven dat achter alles leeft te onthullen en de spiegel van het leven te breken opdat we het wezenlijke in het gezicht kunnen zien.”

Franz Marc (1880-1916)

Een blauwdruk van de huidige situatie & ontwikkelingen

Vanuit mijn eigen ervaringen, interviews, onderzoek en debatten, kom ik tot de volgende analyse van de huidige situatie en kansen voor de sector.

  • Kunstacademies hebben autonoom denken centraal staan. De kunstenaar staat buiten de maatschappij. Ze is een spiegel, maar geen speler.
  • De sector moet meer op zoek naar aansluiting op de beleving van het publiek. Door middel van interactie met het publiek, storytelling en cocreatie.
  • De sector bevindt zich in een conservatieve cocon, wat tegenstrijdig is met alles waarvoor ze staat.
  • Kunstenaars kunnen vernieuwing brengen voor andere sectoren.
  • De kunstenaar kan weer de nar zijn voor organisaties en de maatschappij.
  • Een constante goede kwalitatieve reputatie van de kunstenaar is erg belangrijk om waarde(ring) te behouden.
  • Kunstenaars moeten zich meer bewust worden van de financiële waarde van hun kunstuiting.
  • Artistieke ontwikkeling en experiment kosten tijd. Dit is een onderschat gegeven voor deze sector, in tegenstelling tot technologische ontwikkeling en onderzoek. Vele kunstenaars hebben bijbanen om ondertussen een boterham te kunnen eten.
  • De culturele sector heeft in principe te maken met een imperfecte markt, daarin verschilt ze van andere sectoren.
  • Er is te weinig expositieruimte voor opkomend beeldend kunstenaars.
  • Er zijn te veel lokale theaters.
  • Kunst draagt bij aan de schoonheid van en prettig verblijf in onze leefomgeving. Neem bijvoorbeeld de tentoonstelling Artzuid in Amsterdam Zuid. Bewoners zamelen nu geld in om kunst te behouden in hun wijk.
  • Ondernemerschap is door de jaren heen een terugkomend thema in overheidsbeleid. Het wordt door subsidieverkrijgende organisaties meer gezien als opgelegde maatregel en bedreiging dan als kans. Begrip en inzicht ontbreekt van beide kanten.
  • 10% van de culturele sector wordt gesubsidieerd. Na WO II is nationaal kunstbeleid en daarmee subsidieverstrekking aan culturele instellingen ontstaan, de vierjarige termijn van de cultuurnota systematiek is in 1984 ingevoerd.
  • Culturele bedrijven zijn relatief klein van grootte (zogenaamde SME’s, Small Enterprises), de organisatiegraad wordt door adviesorganen als de SER als minimaal beschouwd. Het ontbreekt aan samenwerking tussen de vele platforms, vakorganisaties en projecten in de sector.
  • De culturele sector is onderdeel van de creatieve sector. Deze creatieve sector bevat de autonome kunstenaar, maar ook de media en zakelijke creatieve dienstverlening. De overheid heeft moeite met benadering en centraal beleid voor deze diverse en opgedeelde groep.
  • De schil om de creatieve sector heen verdient met name het geld, denk aan merchandising, consultancy, onderzoeksbureaus.
  • De historische en intellectuele discussie omtrent ‘wat is kunst?’ en ‘wie bepaalt?’, blijft en ontwikkelingen in cultuur, maatschappij en economie zijn van belang en invloed. Erkenning hiervan is nodig om te komen tot een consistent beleid.
  • De sector is door Zijlstra en Verhagen dermate opgeschut, dat ze wel beweegt maar verlamd en reactief. Het gaat erom dat de sector zelf vanuit eigen kracht en kunde transformeert en vraag en aanbod creëert.

 

Aanbevelingen voor nieuw cultuurbeleid

Een aantal aanbevelingen voor de verkiezingsprogramma’s:

  • De opzet van een meerjarig Toptalentprogramma voor de kunsten. Los van regeringsperiodes en kleur.
  • Leegstaande panden kunnen een tijdelijke cultuurbestemming krijgen, zodat er extra tentoonstellingsruimte ontstaat.
  • Een herijking van de visie van de kunstacademies op artistieke, talent- en vaktechniekontwikkeling.
  • Bewaak de diversiteit van kunstbeoefening. Dit is de vruchtbare grond voor de top en voorkomt verarming van onze cultuur.
  • Stel onderzoek in de kunst in beginsel gelijk aan onderzoek in de techniek, innovatie en wetenschap. Stimuleer het experiment.
  • Verstrekken van subsidies betekent voorwaardelijk je kunstbeoefening beschikbaar maken voor een groter publiek. Subsidies dienen ter stimulering, ontwikkeling en kennismaking. Niet als bestaansrecht.
  • Een loket als een Centrum voor Ondernemerschap bij Kunstacademies, verspreid over het land. Startend bijvoorbeeld in Maastricht, Eindhoven, Arnhem, Utrecht, Den Haag en Groningen. Deze loketten hebben als primair doel het zo goed mogelijk voorbereiden van kunstenaars op de start van hun bedrijf. Ze is een informatieloket, organisator van (commerciële) trainingen en seminars voor startende en gevestigde kunstenaars. Op dit moment zijn er wel diverse (gesubsidieerde projectmatige) initiatieven, maar de echte integratie met het academieonderwijs en de sector en de continuïteit ontbreekt.
  • Op vroege leeftijd kennis maken met kunst en cultuur draagt bij het oplossingsgerichte en creatieve vermogen van kinderen. Daarom dient dit (naar mijn mening net als ondernemerschap) een vast onderdeel te zijn in het basis en middelbaar onderwijs, zodat zij en de maatschappij hier op latere leeftijd van kan profiteren.
  • Aanpassing van de Wet op Auteursrecht op de digitale samenleving.

 

Kijk verder dan de verf en het decor, zou ik willen meegeven aan de beleidsmakers Kunst en Cultuur. Ik nodig politici van harte uit om hierop te reageren. Ik licht graag mijn aanbevelingen nader toe. Ook ga ik graag met je in debat om te komen tot een nieuw en passend beleid dat de sector in haar vooruitgang en ontwikkeling stimuleert. Wat vind jij van mijn analyse en aanbevelingen? Hoe vind jij dat het nieuwe beleid eruit moet zien?

Laat het mij weten. Verheug mij op je reactie.

, , , , , , , ,
Vorig bericht
Pure parels
Volgend bericht
Communiceren, het moeilijkste wat er is

Gerelateerde berichten

2 reacties. Reactie plaatsen

  • Prachtig, dat Blauwe Paard van Marc, overigens is het er een van vele versies. Meer in het algemeen staat blauw bij Franz Marc voor het mannelijke, het robuuste en het spirituele. Bij deze kunstenaar had elke kleur zijn eigen symboliek. Wie meer wil lezen over Franz Marc, wil ik hierbij graag attenderen op de online kunstencyclopedie van Art Salon Holland.

    Beantwoorden
  • Dat vinden wij ook, en in dit geval voor ons toepasbaar als symbool. Dank voor je aanvulling.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.

Menu

Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten