Innovatiebeleid vraagt om nieuwe impuls

Het zogenaamde topsectorenbeleid, als invulling van het innovatiebeleid, moet leiden tot een versterkte internationale concurrentiepositie van Nederland in Europa en Nederland als meest creatieve economie van Europa in 2020. Het topsectorenbeleid, gestart in 2011 door minister Verhagen en voorgezet door minister Kamp, richt zich op negen sectoren die door de regering als kansrijk worden gezien en waar het innovatiebeleid zich dan ook op toespitst. Echter begint deze gekozen lijn langzamerhand scheurtjes te krijgen. Vanuit de wetenschap is er soms kritiek op dit beleid omdat het denken in ‘sectoren’ als achterhaald wordt gezien. Nieuwe technologische ontwikkelingen, waarop volgens economen moet worden ingezet, zijn namelijk niet in één sector te vangen. En ondanks het belang van innovatie en snelgroeiende bedrijven voor economische groei, bestaan er nog veel vragen over de juiste aanpak om ze te ondersteunen.

Gerelateerde Masterclasses, Expertise en Diensten:

Wat wil de overheid bereiken met het economische beleid?

Het doel van economisch beleid is over het algemeen: meer (snelgroeiende) bedrijven; het creëren van werkgelegenheid; een sterke internationale concurrentiepositie; meer innovatie en dit alles in verhouding tot een levendige en leefbare leefomgeving voor de burger. Het doel tot het versterken van het innovatievermogen en concurrentiekracht komt voort uit de behoefte aan welvaart. Hoe welvarender een land, hoe productiever de bedrijven moeten worden om concurrerend te blijven om de lonen en welvaart te laten groeien.

Vanuit de gedachte van het versterken van onze concurrentiekracht en het vergroten van onze welvaart heeft het Nederlandse overheidsbeleid vanaf de jaren ’70 een overgang gemaakt van industriebeleid naar innovatiebeleid.

Overgang naar Innovatiebeleid

In een op “innovatie” gedreven Nederlandse economie, kan de welvaart alleen worden behouden en zich ontwikkelen door de ontwikkeling van nieuwe of unieke producten middels geraffineerde productieprocessen en innovatie. Niet alleen de optimalisering van de productieprocessen hebben hiertoe geleid, maar ook twee maatschappelijke veranderingen zijn van sterke invloed op deze ontwikkeling van onze economie. Ten eerste de verschuivingen in de internationale economische verhoudingen en ten tweede de groeiende behoefte aan slimme oplossingen voor steeds complexere maatschappelijke vraagstukken. Om antwoord te geven op deze twee ontwikkelingen, is het overheidsbeleid zich steeds meer gaan richten op innovatie.

Voor de voortgang van de Europa 2020-strategie, zijn de Global Innovation Scoreboard en de European Innovation Scoreboard (EIS, 2016) een belangrijke verantwoordingsindicator voor de lidstaten. Nederland staat dit jaar in EIS op de vijfde plaats en behoort voor het eerst volgens de commissie tot de ‘innovation leaders’. In een persbericht (14 juli 2016) over dit behaalde resultaat, herhaalt minister Kamp van Economisch Zaken nogmaals dat het belang van innovatie en ondernemerschap voor een sterke concurrentiepositie en de groei van welvaart zich inmiddels tot economische noodzaak heeft ontwikkeld en de enige weg is naar groei.

Kansrijk innovatiebeleid

Het Centraal Planbureau bracht begin dit jaar het rapport ‘Kansrijk innovatiebeleid’ (CPB, februari 2016) uit. In dit rapport stelt het CPB dat de overheid meer de regie in handen moet nemen met het innovatiebeleid. Het CPB is kritisch op het topsectorenbeleid en volgens de onderzoekers zou Nederland het risico lopen technologische vernieuwingen mis te lopen. De basisfilosofie lijkt te zijn dat de overheid niet bepaalt hoe het innovatiebeleid vorm krijgt maar zich er toe beperkt om partijen bij elkaar te brengen. De overheid zelf heeft dus in beperkte mate het initiatief. Ondanks dat ik persoonlijk voorstander ben van een terughoudende (kleine) overheid, ben ik het wel eens met deze kanttekening. Juist omdat de nieuwe technologische ontwikkelingen zoveel kansen voor Nederlandse bedrijven en de Nederlandse economie bieden, is het belangrijk dat de overheid op dit moment een proactieve positie inneemt ter facilitering en de bevordering van het gebruik van de technologieën en het wegnemen van de belemmeringen. Het vereist een nauwe samenwerking tussen het bedrijfsleven, wetenschappers en de beleidsmakers.

Er is ook weinig aandacht voor de vraag hoe innovatie vervolgens doorwerkt in de economie, in betere producten of diensten, efficiëntere productieprocessen. Innovatie is een van de elementen die er toe bijdragen dat een economie verder kan groeien en de welvaart toeneemt. Maar we hebben maar betrekkelijk weinig greep op de werking ervan.

Onderzoeker CPB, Bas Straathof

Meetbaarheid van de effecten van het innovatiebeleid

Jaarlijks besteden Europese overheden 150 miljard aan een innovatieve en ondernemende economie. Een grote investering in veronderstelde oplossingen waarvan de beleidsmakers niet weten wat de impact zal zijn. Terecht geeft het CPB in haar rapport dus ook aan dat er maar weinig bekend is over de effectiviteit van het Nederlandse innovatiebeleid. Er is weinig hard empirisch bewijs. Onderzoekers van de universiteit van Manchester deden er een paar jaar geleden al onderzoek naar. Zij stelden terechte vragen als: ‘Zou de overheid alle starters moeten ondersteunen?, Zouden ze coaching voor het MKB moeten subsidiëren?, Zijn R&D belastingvoordelen effectiever dan R&D fondsen?’. Het antwoord is onbevredigend, we weten het niet goed. Natuurlijk zijn er voorbeelden op kleinere schaal die werken. Ik heb zelf soortgelijke initiatieven ontwikkeld en ik ken de positieve aangetoonde effecten. Maar wat als we dit soort initiatieven landelijk of Europees beleid maken? Echt onderdeel maken van de startersinfrastructuur in plaats van een los programma. Wat zijn de effecten dan? De impact zou wel eens heel groot kunnen zijn.

Effectiever beleid

Het vereist maximaal openstaan voor ideeën, een stringent experiment om de goede initiatieven te testen, en idealiter met een controlegroep. Al weet ik uit de praktijk dat dit laatste heel moeilijk is. Er is een groot aantal variabelen die van invloed kunnen zijn op het succes van de ondernemer (afgezien van de definitie van succes), zoals genen, opvoeding (wel of geen ondernemersgezin), scholing en allerlei andere omgevingsfactoren. Dit maakt het samenstellen van een vrijwel identieke controlegroep eigenlijk onmogelijk. Tenzij het tweelingen betreft. Het is dus handiger om te werken met een landelijke nulmeting en via een volgsysteem de effecten op grote schaal te meten. Beter gebruik van deze data, zal leiden tot de ontwikkeling van effectiever beleid. Overheden moeten investeren in hun eigen R&D gericht op de ontwikkeling van effectieve instrumenten voor innovatie en groei.

Nesta heeft in mei dit jaar een conferentie georganiseerd dat exact hierover ging. Het heeft geleid tot een ‘Innovation Growth Lab‘, een samenwerking van overheden, organisaties en wetenschappers met interesse om het groei- en innovatiebeleid experimenteler te maken en gebaseerd op resultaten uit kwalitatief en kwantitatief onderzoek.

Vereiste condities volgens wetenschappers voor een innovatieve economie

In mei dit jaar hebben 14 professoren op het gebied van innovatie en ondernemerschap van vier Eurotech universiteiten, waaronder de Universiteit van Eindhoven, een ‘position paper’ “The Future of the EU as an Inclusive and Sustainable Innovative Economy” gepresenteerd aan de Europese Commissie, de Europese investeringsbank en de Europese Onderzoeksraad.

Volgens de professoren, zullen deze vijf condities de EU in staat stellen om de leidende economie in de wereld te worden:

  • Transformeren van het onderwijs- en onderzoekslandschap door fondsen van de instituten volledig gefocust op onderzoek over te brengen naar de universiteiten die systematisch onderzoek en onderwijs verbinden;
  • Het creëren van een ‘ideale’ omgeving voor jonge ondernemers en hun innovatieve bedrijven;
  • Een simpel en transparant Europees belastingsysteem dat innovatie en groei bevordert;
  • Het bouwen van een goed functionerend patentensysteem en markt voor technologie om de erkenning en vergoeding voor vernieuwers in de tijd van open innovatie veilig te stellen;
  • Het bouwen en mobiliseren van lokale innovatie ecologieën, met name in de minder bevoordeelde gebieden via slimme specialisatie.
Innovatievermogen

In de toekomst zal de sociaaleconomische vooruitgang van Nederland worden bepaald door ons vermogen om te innoveren en ons snel aan te passen aan nieuwe omstandigheden. Wetenschappelijk en technologisch onderzoek en ontwikkeling, creativiteit, nieuwe bedrijfsideeën, en het vermogen tot het implementeren van nieuwe bedrijfsmodellen zal het succes van Nederland in de toekomst bepalen.

Het is van belang dat het nieuwe kabinet investeert in de R&D van het onderwijs en het bedrijfsleven en deze met elkaar verbindt; in actieprogramma’s voor het MKB met bewezen effectieve methoden; internationalisering bevordert; en het onderwijs innoveert door onderwijsprogramma in te richten op de vereiste ’21st century skills’ en integraal onderwijs bevordert, als de combinatie van alfa en bèta onderwijs. Een opleiding gericht op robotica zal ook humanistiek moeten aanbieden om de globale competitie aan te kunnen gaan op dit gebied. Nederland heeft alle potentie om tot de top 3 van innoverende landen te behoren, als de juiste knoppen worden ingedrukt.

 

Mariël

, , , , , ,
Vorig bericht
De innovatiekracht van de creatieve industrie
Volgend bericht
Ontdek de trends in 2017

Gerelateerde berichten

3 reacties. Reactie plaatsen

  • Na het verschijnen van deze blog werden de resultaten bekend van het eerder besproken Global Innovation Index (onderzoek van World Intellectual Property Organization (WIPO), Cornell University and INSEAD). Nederland is volgens deze index gedaald van de vierde naar de negende plek, ingehaald door Denemarken, Ierland, Singapore, Finland en de Verenigde Staten. De top 3 wordt gevormd door Zwitserland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. https://www.weforum.org/agenda/2016/08/these-are-the-world-s-most-innovative-economies

    Beantwoorden
  • Op 5 oktober 2016 is, door het Ministerie van Economische Zaken, de Rapportage Bedrijvenbeleid 2015 en de Monitor Bedrijvenbeleid 2015 gepubliceerd. De Rapportage beschrijft de voortgang van het bedrijvenbeleid en de topsectorenaanpak. Klik hier voor het rapport en de bijbehorende Kamerbrief.

    Beantwoorden
  • Onderzoeksbureau Dialogic schreef in 2016 een evaluatierapport over het topsectorenbeleid, en dit loog er niet om. Uit niets zou blijken dat het topsectorenbeleid Nederland een innovatieve sprong in de toekomst heeft bezorgd. Qua transparantie en rekenschap afleggen schiet de topsectorenaanpak tekort. Het rapport en de kamerbrief die Minister Kamp net heeft geschreven over het beleid, vind je hier.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.

Menu

Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten