Economisch beleid Archives - CreativeMV https://creativemv.com/nl/tag/economisch-beleid/ Bureau voor beleid, programma's en ontwikkeling Wed, 23 Oct 2024 16:31:32 +0000 nl-NL hourly 1 https://creativemv.com/wp-content/uploads/2016/07/cropped-favicon-32x32.png Economisch beleid Archives - CreativeMV https://creativemv.com/nl/tag/economisch-beleid/ 32 32 Clusterbeleid voor stimuleren ondernemerschap en groei https://creativemv.com/nl/clusterbeleid-voor-stimuleren-ondernemerschap-en-groei/ Sat, 27 Jul 2019 09:13:45 +0000 http://creativemv.com/?p=13138 Hoe draagt clusterbeleid bij aan ondernemerschap en de groei en vernieuwing van bedrijven? Dat is de centrale vraag, die vorig jaar is geagendeerd door 25 Europese landen. Clusterbeleid op zichzelf ... Lees meer

Het bericht Clusterbeleid voor stimuleren ondernemerschap en groei verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
Hoe draagt clusterbeleid bij aan ondernemerschap en de groei en vernieuwing van bedrijven? Dat is de centrale vraag, die vorig jaar is geagendeerd door 25 Europese landen. Clusterbeleid op zichzelf is niet nieuw (Porter besprak het al in 1998), echter de optimale werking en de effectiviteit is nog steeds niet onderbouwd. Op 22 februari 2018 kwamen vertegenwoordigers van 25 EU-landen bijeen tijdens de Industriedag in Brussel. De bijeenkomst spitste zich toe op modern clusterbeleid, met name het gebruik van clusters voor het stimuleren van industriële verandering en groei. Er zijn mogelijkheden om te leren van ‘best practices’, maar er is ook nog veel kennisverzameling en ‑uitwisseling nodig voordat clusterbeleid een goed werkend instrument is.

Wat zijn clusters?

Clusters zijn groepen gespecialiseerde ondernemingen – vaak MKB-bedrijven – en andere gerelateerde ondersteunende actoren die nauw samenwerken op een bepaalde locatie. Door samen te werken, kunnen MKB-bedrijven innovatiever zijn, meer banen creëren en meer internationale handelsmerken en octrooien registreren dan zij alleen zouden doen.

Het concept cluster werd ontwikkeld door Michael Porter en wordt door hem beschreven in zijn boek “The Competitive Advantage of Nations” (1998). Doordat er in een bepaald gebied, dat zo groot kan zijn als een stad, een regio of zelfs een groep landen, een bepaalde groep bedrijven is gevestigd, heeft het extra voordeel voor andere bedrijven om zich ook in dit gebied te vestigen. Dit komt doordat zij gebruikmaken van dezelfde leveranciers en dezelfde klanten, binnen een bepaald gebied. Dit worden externe economische voordelen genoemd. Ook kan een bepaald bedrijf profiteren van de werknemers in een gebied met een specifieke kennis die ook voor zijn bedrijf relevant is. Doordat deze werknemers zo nu en dan van bedrijf wisselen ontstaat er een dynamiek van innovatie.

De juiste rol van de overheid is volgens Porter als katalysator en uitdager; het is om bedrijven aan te moedigen – of zelfs te pushen – om hun ambities te verhogen en naar hogere niveaus van concurrentieprestaties te gaan, hoewel dit proces onaangenaam en moeilijk kan zijn. De overheid kan geen concurrerende industrieën creëren; dit kunnen alleen bedrijven. De overheid speelt een rol die inherent partieel is, en die alleen slaagt wanneer ze samenwerkt met gunstige onderliggende omstandigheden.

Is Porters’ clustertheorie nog relevant?

Het is de vraag of Porter’s aanpak nog steeds relevant is. Ik denk van wel. Er zijn critici, die zeggen dat de behoefte van de consument belangrijker voor vernieuwing is geworden dan de concurrentie. Ik denk dat beiden van toepassing is. Ook concurrentie daagt nog steeds uit en biedt inzicht in trends, op elk niveau. Ook Porter erkende al de beïnvloeding van omgevingsfactoren vanuit alle richtingen. Dus ook vanuit andere sectoren. Differentiatie komt voort uit de zogenaamde ‘purpose’ van een bedrijf en is nog steeds een van de drie elementen van het businessmodel van een bedrijf. Alleen de mate van differentiatie maakt uit voor de strategie en het uiteindelijke niveau van disruptie en de creatie van nieuwe markten.

De focus vanuit beleidsmakers en traditionele bedrijven zit wel nog steeds op groei. Op groei in werkgelegenheid, macht, opbrengsten. In de traditionele aanpak is groei (door fusies, overnames en uitbreiding) de strategie om te overleven. Bedrijven moeten in dat geval. Nadeel hiervan is de flexibiliteit en wendbaarheid van het bedrijf. Helemaal in een snel veranderende omgeving. Kleinere, efficiënt (agile) georganiseerde bedrijven gericht op een niche in de markt, werken samen met meerdere partners om groei te bewerkstelligen. Zij zijn veel beter in staat om snel en proactief in te spelen op de ontwikkelingen en de behoeften in de markt. Ze toetsen en reageren vroegtijdig en zijn daardoor winstgevender. Zij zijn de bedrijven van de toekomst.

In 2015 heeft Porter een nieuw model ‘Social Progress Index‘ voor een inclusieve economie geïntroduceerd. Beleid alleen gericht op het Bruto Nationaal Product is volgens hem te beperkt voor een voortdurende economische groei. Een welvarende economie is succesvol in welvaart en welzijn. Dit betekent investeren in basisbehoeften, (toegang tot) onderwijs en de ontwikkeling van vaardigheden, goede zorgvoorzieningen, een duurzame omgeving en kansen voor iedereen.

Clusterbeleid in de EU

Het clusterbeleid in EU-landen bevindt zich in zeer verschillende ontwikkelingsstadia. Ondanks deze verschillen erkenden alle landen het belang van versterking van de nationale industriële ecosystemen door clustergestuurde groei. Veel voorkomende problemen zijn het bereiken van een kritische massa in sommige sectoren en de coördinatie tussen de nationale en regionale niveaus.

De landen willen met de samenwerking op clusterbeleid het volgende bereiken:

  • Betere inzet van clusters ter ondersteuning van ondernemerschap en schaalvergroting van het MKB.
  • Bevordering van clusterinternationalisatie – strategische clustersamenwerking gebruiken om clusters en hun leden te helpen internationaal te gaan.
  • De impact van staatssteunprogramma’s op clusters.
  • Cluster excellentie – ondersteuning van capaciteitsopbouw en professionalisering van clusterbeheer (incl. Erasmus voor clusterbeheerders).

Op dit moment zijn er zo’n 3043 sterke clusters in Europa. Zij zijn verantwoordelijk voor 54 miljoen banen. Aangezien deze bedrijven gemiddeld voor meer werkgelegenheid en hogere lonen zorgen dan andere bedrijven, wordt de inzet op clusterbeleid door Europa vergroot. Het EU Cluster Portal biedt hulpmiddelen en informatie over Europese initiatieven, acties en evenementen voor clusters en hun MKB-bedrijven met als doel meer clusters van wereldklasse in de hele EU te creëren.

Het bericht Clusterbeleid voor stimuleren ondernemerschap en groei verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
Koppeling industrie en diensten bepaalt crisisgevoeligheid van regio’s https://creativemv.com/nl/koppeling-industrie-en-diensten-bepaalt-crisisgevoeligheid-van-regios/ Sat, 29 Jun 2019 18:04:01 +0000 https://creativemv.com/?p=23975 Sterkte innovatiesysteem bepaalt crisisgevoeligheid van regio’s Innovatie heeft de werkgelegenheid ondersteund, zowel tijdens de economische neergang als in de nasleep ervan. De meest veerkrachtige regio’s zijn regio’s met een sterke ... Lees meer

Het bericht Koppeling industrie en diensten bepaalt crisisgevoeligheid van regio’s verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
Sterkte innovatiesysteem bepaalt crisisgevoeligheid van regio’s

Innovatie heeft de werkgelegenheid ondersteund, zowel tijdens de economische neergang als in de nasleep ervan. De meest veerkrachtige regio’s zijn regio’s met een sterke prestatie in de drie geanalyseerde intellectuele eigendomsrechten (IPR’s); octrooien, handelsmerken en ontwerp. Regionale innovatiesystemen die technologie-intensieve innovatie in de industrie koppelen aan een sterke dienstenintensieve sector zijn het beste uit de economische crisis gekomen, constateert een rapport ‘How to survive an economic crisis’ (2019) van het JRC. De verschillen tussen Europese regio’s zijn zo de laatste jaren groter geworden. Hierbij gaat het niet automatisch om verschillen tussen Oost- en West-Europa. Ook in Oost-Europa zijn er regio’s die hun innovatieprestaties voortdurend hebben verbeterd en daardoor economisch beter presteren.

Innovatieproces is veranderd

Het rapport gaat in op twee belangrijke verschijnselen, die de Europese cohesie vandaag de dag in gevaar brengt. De eerste is het onderstreepte proces van structurele verandering dat de hele wereldeconomie het afgelopen decennium heeft gekenmerkt, aangedreven door technologische verandering en internationale integratie.

De tweede is de Grote Depressie die in 2008 van start ging. De economische systemen in de meeste ontwikkelde landen hebben een grote overgang ondergaan van een economisch paradigma, dat zich concentreert op de productiesector in combinatie met de Fordistische productiewijze als motor van productiviteit, innovatie en het scheppen van banen, naar een op service gebaseerde economie georganiseerd rond flexibele specialisatie en snel aanpassende innovatieprocessen.

In de Schumpeteriaanse wereld, geschetst in ‘Capitalism, Socialism and Democracy’ (1942), waren grote bedrijven de motor achter technologische innovatie, ontwikkeld in grote R & D-laboratoria. De weg is echter nu geëffend voor de opkomst van flexibele en lean organisaties, die leren en innoveren door te vertrouwen op een aantal van verschillende bronnen, zowel intern als extern van het bedrijf (Chesbrough et al., 2008; Freeman, 1998; Lundvall, 1998). De generatie van wetenschap als de motor van technologische innovatie heeft ook grote veranderingen ondergaan, waarbij ze van het zogenaamde lineaire model van innovatie zijn overgestapt op complexere en interactievere productiewijzen (Archibugi en Filippetti, 2015; Gibbons et al., 1994; Leydesdorff en Etzkowitz, 1996; Rosenberg, 1994; Stokes, 1997).

Concurrentievermogen van regio’s

Dit proces van structurele verandering werd tegelijkertijd beïnvloed en versterkt door een grotere internationale integratie. In het nieuwe globaliseringsparadigma vindt het grootste deel van de grensoverschrijdende circulatie van goederen en kennis plaats binnen de wereldwijde waardeketens van grote transnationale bedrijven, die de ruimte internationaal opzoeken naar de meest geschikte locatie voor hun productie van goederen en kennis. Als gevolg hiervan zijn de bronnen van economische ontwikkeling van regio’s, steden en perifere gebieden opmerkelijk veranderd.

Het bouwen van infrastructuren en het pompen van overheidsgeld is niet langer een uitvoerbaar beleid. De convergentie van de arbeidsproductiviteit in de Europese landen en regio’s is in feite voornamelijk aangestuurd door middel van accumulatie van vast kapitaal; daarentegen zijn achterblijvende regio’s er niet in geslaagd hun technologiekloof met de meer geavanceerde regio’s te dichten (Filippetti en Peyrache, 2015, 2013).

De zoektocht naar het concurrentievermogen van plaatsen heeft de nadruk gelegd op de behoefte aan meer op maat gesneden beleid dat het endogene proces van economische groei zou kunnen bevorderen. Deze accentverschuiving is goed zichtbaar in het cohesiebeleid, dat steeds meer aandacht heeft gekregen, tot een beleid gericht op immateriële investeringsvormen, zoals innovatie, menselijk kapitaal, clusterbeleid, bedrijfstak-universiteitsverbanden en, meer recentelijk, een nadruk op instellingen.

De ‘bottomline’ van deze beleidsverschuiving is de algemene nadruk op het zogenaamde plaatsgebonden beleid (Barca et al., 2012). Een recent rapport opgesteld voor de Europese Commissie betoogt dat, aangezien “regionale economische divergentie een bedreiging is geworden voor de economische vooruitgang, sociale cohesie en politieke stabiliteit in Europa”, het nodig is om verschillend ontwikkelingsbeleid te ontwikkelen afhankelijk van het type regio.

Wat maakt een regio veerkrachtig?

In een wereld die wordt gekenmerkt door snelle en voortdurende verandering, is het vermogen van het regionale economische systeem om exogene schokken te beheersen steeds meer een aandachtspunt voor beleidsmakers. De huidige prangende vraag is dus: wat maakt een regio meer (of minder) veerkrachtig? De kern van de vraag is of het beter is om een ​​economische crisis het hoofd te bieden als een regio sterk gespecialiseerd is, of door een zekere mate van variëteit in de industriële structuur te hebben. Het argument is dat in het laatste geval regionale economische systemen beter gepositioneerd zijn om zich aan te passen en af ​​te stappen van industrieën en sectoren, die getroffen zijn door de crisis, in meer winstgevende sectoren.

Dit rapport introduceert in dit debat de rol van innovatie als een bron van regionale veerkracht. Ze baseren hun hypothesen op een argument van Schumpeter lang geleden in een artikel, dat relatief verwaarloosd is vergeleken met de andere werken van de Oostenrijkse econoom. In zijn artikel “Het creatieve antwoord in de geschiedenis” maakt Schumpeter een belangrijk onderscheid over de manier waarop economieën reageren op wat we vandaag zouden kunnen omschrijven als exogene verandering, en dat  door Schumpeter werd gedefinieerd als een “verandering in de gegevens”.

Schumpeter maakte onderscheid tussen adaptieve respons en creatieve respons. De eerste is een reactie op een verandering “zoals de traditionele theorie beschrijft”; dit is een vorm van verandering die van tevoren kan worden voorspeld aan de hand van de huidige economische theorieën. Een creatieve reactie daarentegen is wanneer “de economie of een bedrijfstak of sommige bedrijven in een sector iets anders doen, iets dat buiten het bereik van de bestaande praktijk valt”. Volgens Schumpeter heeft de creatieve reactie drie kenmerken. Ten eerste kan het alleen achteraf worden begrepen. Ten tweede vormt het economische pad zich op de lange termijn. Ten derde heeft het iets te maken met het niveau van menselijk kapitaal en zijn gedrag, vooral het gedrag van de ondernemers.

Meetindicatoren voor het innovatieprofiel

Het onderzoek baseert haar bevindingen op het onderzoeken van drie meetindicatoren: patenten, handelsmerken en ontwerpen. Octrooien kunnen worden geïnterpreteerd als een indicator van technologische innovatie, handelsmerken als een indicator van innovatie in de kennisintensieve dienstverlening (KIBS) en ontwerpregistraties als een indicator van innovatie in middelgrote en low-tech industrieën in de productiesector. Een regio met betere octrooiprestaties in vergelijking met andere is meer gericht op technologische ontwikkeling en kan als hightech worden beschouwd; omgekeerd is een relatief sterkere regio in het handelsmerk meer gericht op de ‘zachte’ kennis dan op de technologische.

In eerdere blogs heb ik kanttekeningen geplaatst bij rankings van landen op basis van dit soort indicatoren, echter door de toepassing in dit onderzoek, kan dit deze keer in een ander licht worden gezien. Ze hebben in dit onderzoek gekeken naar de correlatie tussen de indicatoren.

In de periode 2007-2016 is er een kwalitatieve omvorming geweest in de innovatieprofielen van Europese regio’s. Er is een algemene trend naar voren gekomen die bevestigt dat veel regio’s uit centraal en oost-Europa hun relatieve prestaties hebben behaald voor alle drie de indicatoren van innovatie. Dit suggereert een algemene trend van deze landen om hun innovatieactiviteit te verbeteren, zowel met betrekking tot technologische innovatie, diensteninnovatie en ontwerpgerichte innovatie. Naast deze algemene convergentietrend verschijnt er ook een ander kwalitatief patroon. Er is een aanzienlijk aantal regio’s die hun scores in de ene indicator hebben verbeterd en in een andere zijn afgenomen. Een proces van servitization van de economie is ook van invloed op de onderliggende innovatie-activiteiten van de regio’s, die als gevolg daarvan doorgaans sterker innoveren dan de kennisintensieve sector.

Het rapport onderzoekt ook in hoeverre innovatie bijdraagt ​​aan het veerkrachtiger maken van Europese regio’s door te kijken naar de rol van innovatie op de regionale werkgelegenheidsprestaties tijdens de economische recessie 2009-2010 (weerstand) en hun vermogen tot herstel in de nasleep van de crisis tijdens de periode 2010-2016 (reactie). De resultaten tonen het gebrek aan duidelijke geografische patronen van zowel resistentie als reactie, afgezien van een algemeen gebrek aan reactievermogen in de regio’s uit het zuiden van Europa. Innovatie heeft de werkgelegenheid helpen ondersteunen, zowel tijdens de economische neergang als in de nasleep ervan. Met name de meest veerkrachtige regio’s zijn regio’s met een sterke prestatie op het gebied van octrooien, handelsmerken en ontwerp. Dit suggereert een aantal comparatieve voordelen voor die regionale innovatiesystemen die technologie-intensieve innovatie in productie combineren met een sterke service-intensieve sector.

Het bericht Koppeling industrie en diensten bepaalt crisisgevoeligheid van regio’s verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
Nederland uit top vijf concurrentieranglijst https://creativemv.com/nl/nederland-uit-top-vijf-concurrentieranglijst/ Wed, 29 May 2019 09:41:00 +0000 https://creativemv.com/?p=24009 De internationale concurrentiepositie van Nederland is het afgelopen jaar verslechterd. Nederland zakte van de vierde naar de zesde plek op de IMD World Competitiveness Index, die landen beoordeelt op de ... Lees meer

Het bericht Nederland uit top vijf concurrentieranglijst verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
De internationale concurrentiepositie van Nederland is het afgelopen jaar verslechterd. Nederland zakte van de vierde naar de zesde plek op de IMD World Competitiveness Index, die landen beoordeelt op de concurrentiekracht van hun economie. Singapore is voor het eerst sinds 2010 opnieuw de meest concurrentiële economie ter wereld en niet langer de VS.

In een sterk onderling verbonden en snel veranderende wereld worden economieën beïnvloed door kwesties als reserveringen over globalisering tot scepsis over automatisering, van de uitdaging van duurzaamheid tot implementatie. Niet alle economieën benaderen deze problemen op dezelfde manier.

Economen beschouwen concurrentievermogen als essentieel voor de gezondheid op lange termijn van de economie van een land, omdat het bedrijven in staat stelt duurzame groei te bereiken, banen te creëren en uiteindelijk het welzijn van de burgers te vergroten. Concurrentievermogen biedt het kader om de uitkomst van het omgaan met deze uitdagingen te kwantificeren vanuit het perspectief van een land. Uiteindelijk kunnen we de factoren herkennen die welvaart mogelijk maken.

De IMD World Competitiveness Rankings, opgericht in 1989, bevatten 235 indicatoren van elk van de 63 gerangschikte economieën. De ranglijst houdt rekening met een breed scala aan ‘harde’ statistieken zoals werkloosheid, bbp en overheidsuitgaven voor gezondheid en onderwijs, evenals ‘zachte’ gegevens van een enquête over het uitvoerend advies over onderwerpen als sociale cohesie, globalisering en corruptie.

Deze informatie is onderverdeeld in vier categorieën – economische prestaties, infrastructuur, efficiëntie van de overheid en bedrijfsefficiëntie – om een eindscore te geven voor elk land. Er is geen uniforme oplossing voor het concurrentievermogen, maar de best presterende landen scoren meestal goed in alle vier de categorieën.

Weerslag economische onzekerheid

Volgens de opstellers van het rapport had de economische onzekerheid zijn weerslag op de concurrentiepositie van landen in onder meer Europa. Dat had onder meer te maken met “verschuivingen in het internationale politieke landschap” en de handelsoorlog. Dat zorgde er ook voor dat de Verenigde Staten zijn toppositie moest afstaan aan Singapore. De VS zakten weg naar de derde plaats, onder meer door de schommelingen van de dollar, de hogere brandstofprijzen en de zwakkere export van hightechproducten. Singapore klom van de derde naar de eerste plek, onder andere door de geavanceerde technologische infrastructuur. Hongkong staat tweede.

Ook opvallend is dat de Verenigde Arabische Emiraten na een gestage klim de eerste keer de top vijf van de ranglijst binnendringen. In 2016 stond het land nog op de 15de plaats. Het scoort nu erg goed voor productiviteit, digitale transformatie en ondernemerschap.

Nederland staat in 2019 op de zesde plek in de algehele ranking van 63 landen. We zijn twee plaatsen gezakt ten opzichte van 2018. De daling heeft met name te maken met een daling in onze economische prestaties (van plek 6 naar 13). Het rapport laat 15 afnames en 15 verbeteringen zien in de prestaties van de economie. Afnames zijn bijvoorbeeld de afname van de groei van het BNP, stijging van consumentenprijsinflatie en leefkosten. Onze (jeugd)werkloosheid daarentegen is gedaald, export van goederen en diensten is gestegen, tevens het aantal patentaanvragen.

Volgens de respondenten zijn de vijf meest attractieve factoren van Nederland: het onderwijsaanbod, vaardige medewerkers, betrouwbare infrastructuur, politieke stabiliteit en voorspelbaarheid, en de open en positieve attitude.

Nederland scoort goed op ‘Business efficiency’. Deze categorie meet hoe innovatief, winstgevend en verantwoordelijk bedrijven zijn in elk land. We zijn gestegen van de zesde naar de vierde plaats in de categorie. In de andere categorieën vallen we buiten de top 5.

Het bericht Nederland uit top vijf concurrentieranglijst verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
Nationale digitaliseringsstrategieën nog volop in ontwikkeling https://creativemv.com/nl/nationale-digitaliseringsstrategieen-nog-volop-in-ontwikkeling/ https://creativemv.com/nl/nationale-digitaliseringsstrategieen-nog-volop-in-ontwikkeling/#comments Thu, 16 May 2019 11:36:03 +0000 https://creativemv.com/?p=23940 De meeste OESO-landen hebben een nationale digitale strategie ontwikkeld of zijn deze aan het ontwikkelen ter voorbereiding op de digitale transformatie. De invulling die wordt gegeven aan deze strategieën verschilt ... Lees meer

Het bericht Nationale digitaliseringsstrategieën nog volop in ontwikkeling verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
De meeste OESO-landen hebben een nationale digitale strategie ontwikkeld of zijn deze aan het ontwikkelen ter voorbereiding op de digitale transformatie. De invulling die wordt gegeven aan deze strategieën verschilt echter per land. Sommige landen hebben industrieel beleid ontwikkeld (als onderdeel van WTI-strategieën of als afzonderlijke strategie) ter ondersteuning van bedrijfsinnovatie, soms gericht op specifieke technologische gebieden of sectoren (vaak, maar niet uitsluitend in de industrie). Dit blijkt uit het rapport ‘The digital innovation policy landscape in 2019‘ van OESO*, waarin zij een algemeen overzicht geven van de beleidstrends rondom digitale innovatie. In dit rapport worden ook vier soorten specifieke beleidsinitiatieven geformuleerd die landen hebben om zich voor te bereiden op de digitale transformatie.

Innovatie is een belangrijke motor voor groei en welzijn: het draagt bij tot het verbeteren van de productiviteit en het concurrentievermogen van het bedrijfsleven, het stimuleren van het creëren van banen en het aanpakken van sociale en ecologische uitdagingen. Beleid ter bevordering van innovatie is geïmplementeerd als reactie op een aantal ‘mislukkingen’, zoals onvoldoende knowhow, marktfalen, belemmeringen voor innovatieve ondernemers, en ontbreken van de juiste voorwaarden, die innovatie-ecosystemen beïnvloeden. En die mogelijk leiden tot minder innovatie dan wenselijk zou zijn vanuit een maatschappelijk perspectief.

Innovatiebeleid ter ondersteuning van bedrijven, publiek onderzoek en de koppeling tussen wetenschap en industrie in de context van digitale transformatie kan een belangrijke rol spelen bij het aanpakken van deze belemmeringen.

Digitale transformatie is een proces dat fundamentele veranderingen teweegbrengt in economische en sociale stelsels en in toenemende mate doordringt in alle sectoren van de economie en de sociale sectoren. De beleidsbenadering ‘systeeminnovatie’ kan dus een aantal inzichten bieden voor het denken over innovatiebeleid in het digitale tijdperk, gericht op ondersteuning van innovatie en een inclusieve en duurzame ontwikkeling. De volgende trends worden beschreven:

    • Het ontwikkelen van evenwichtige en goed op elkaar afgestemde beleidsmixen.
    • Het betrekken van belangrijke belanghebbenden en burgers bij beleidsvormingsprocessen.
    • Bevordering van sectoroverschrijdende samenwerking voor innovatie.
    • Versterking van beleidsinformatie.
    • Het aanpassen van beleid aan de verschillende stadia van de technologie en de volwassenheid van de markt en de bedrijven zelf.

Beleidsstrategieën gericht op digitalisering en kunstmatige intelligentie

OESO heeft gekeken naar de beleidsstrategieën gericht op de digitale transformatie en kunstmatige intelligentie (KI), gericht op wetenschap, technologie en innovatie en gericht op de industrie. Duidelijk wordt dat steeds meer landen beleid ontwikkelen voor KI, die variëren van specifieke actieplannen naar toekomstvisies. Verder blijkt dat digitalisering ook steeds vaker in industrieel beleid wordt opgenomen (Industry 4.0).

Daarnaast laat het rapport zien dat landen specifiek beleid implementeren om te zorgen dat de innovatie in hun land wordt voorbereid op de digitale transformatie. Daarbij zijn er vier soorten beleid geïdentificeerd:

  1. Beleid dat gericht is op het gebruik van digitale technologieën en dat een ieder ook gebruik kan maken van deze technologieën.
  2. Beleid dat gericht is op samenwerking tussen universiteiten, onderzoeksinstellingen, bedrijven en andere actoren om digitale innovaties mogelijk te maken.
  3. Beleid dat gericht is op het ondersteunen van onderzoek en innovatie in digitale technologieën.
  4. Beleid dat gericht is op het ondersteunen van bedrijven of kleine ondernemingen die actief zijn in het digitale domein.

In het rapport wordt per beleidslijn voorbeelden van landen genoemd, op welke wijze ze invulling geven aan het beleid. Beleidslijn vier, gericht op de ondersteuning van bedrijven, wordt bijvoorbeeld uitgesplitst naar de focus van landen op een van de volgende doelstellingen:

  • Ondersteuning van groeiversnelling van net gestarte bedrijven.
  • Ondersteuning van bedrijfsontwikkeling in diverse levensfases van een bedrijf.
  • Versterking van de reputatie van het ecosysteem voor digitale start-ups.
  • Verbetering van de verbindingen met het bredere innovatie-ecosysteem.
  • De toegang tot financiering vergemakkelijken.

* De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) (Engels: Organisation for Economic Cooperation and Development OECD) is een samenwerkingsverband van 36 landen om sociaal en economisch beleid te bespreken, te bestuderen en te coördineren. De aangesloten landen proberen gezamenlijke problemen op te lossen en trachten internationaal beleid af te stemmen.

Het bericht Nationale digitaliseringsstrategieën nog volop in ontwikkeling verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
https://creativemv.com/nl/nationale-digitaliseringsstrategieen-nog-volop-in-ontwikkeling/feed/ 1
Hype startups verblindt zicht op echte MKB https://creativemv.com/nl/hype-startups-verblindt-zicht-op-echte-mkb/ Wed, 03 Jan 2018 13:05:15 +0000 http://creativemv.com/?p=12701 Onlangs luisterde ik naar een programma ‘Zakendoen met‘ van BNR Radio, waarin Hans Bourlon, eigenaar van Studio 100 (entertainmentbedrijf, bedenker van o.a. Kabouter Plop en Gert en Samson) werd geïnterviewd. ... Lees meer

Het bericht Hype startups verblindt zicht op echte MKB verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
Onlangs luisterde ik naar een programma ‘Zakendoen met‘ van BNR Radio, waarin Hans Bourlon, eigenaar van Studio 100 (entertainmentbedrijf, bedenker van o.a. Kabouter Plop en Gert en Samson) werd geïnterviewd. Ik vond het een interessant verhaal aan de kant van Bourlon, hij vertelde over zijn ondernemerschap, zijn uitdagingen en hun strategie. Hun strategie kent een hele duidelijke focus met gedegen keuzes voor groei. Waarop, tot mijn verbazing, de interviewer reageerde: “maar dat is toch heel saai!”. Hoezo saai? Bourlon liet zich niet gek maken, en reageerde nuchter dat dit de manier was waarop zij ondernemen, en deze blog was geboren.

Het midden -en kleinbedrijf (MKB) is tachtig procent van totale bedrijfsleven, het grootste deel van deze bedrijven onderneemt in de persoonlijke en zakelijke dienstverlening (39%). Toch gaat de aandacht van de overheid en de media uit naar de kleine groep start-ups en niet naar het MKB.

Waarom zoveel aandacht voor start-ups?

Het belangrijkste antwoord op deze vraag is nieuw, werkgelegenheid en economische groei. Een start-up kenmerkt zich door de schaalbaarheid van het product en de mogelijke snelle groei. Over het algemeen zijn het technische bedrijven, die binnen een jaar moeten groeien naar minimaal 1 miljoen euro omzet en 100 medewerkers. Moeten? Ja, moeten.

Deze bedrijven worden vaak gefinancierd door investeerders en zij willen snel resultaat zien. En de start-ups, die deelnemen in een incubatieprogramma worden geselecteerd op deze mogelijke groei binnen een kort tijdsbestek. Is de aandacht terecht? Deels wel, ze brengen nieuw elan en technologie naar de markt. Ook lanceringen die niet lukken, kunnen een bijdrage leveren aan ontwikkeling.

Zijn ze succesvol? Een enkeling. Ongeveer één à twee procent redt het van het totaal. In een incubatieprogramma ligt dit vele malen hoger: hierin behaalt gemiddeld 70% van de deelnemende bedrijven hun doel. Echter zijn deze bedrijven geselecteerd, en als in het programma blijkt dat de bedenkers als persoon niet geschikt zijn als trekker van het bedrijf, wordt een directeur aangetrokken. En dit beschrijft eigenlijk precies waarom het zou moeten draaien bij het ondernemersbeleid: de ondernemendheid van de ondernemer en niet alleen de potentie van het bedrijfsidee. Ook in het MKB zijn soortgelijke succescijfers in begeleidingsprogramma’s, zo’n 89% blijkt nog succesvol ondernemer na vijf jaar.

Cijfers al jaren hetzelfde

De cijfers van starters en het bedrijfsleven zijn al jaren hetzelfde: één op de twee starters overleeft de eerste vijf jaar niet; de gemiddelde leeftijd van de startende ondernemer ligt rond de 38 jaar; een derde van de ondernemers is vrouw; het grootste deel van het bedrijfsleven is midden- of klein bedrijf. Verschuivingen zijn mondjesmaat zichtbaar.

Het midden -en kleinbedrijf (MKB) is tachtig procent van totale bedrijfsleven, het grootste deel van deze bedrijven onderneemt in de persoonlijke en zakelijke dienstverlening (39%). Toch gaat de aandacht van de overheid uit naar de kleine groep start-ups en niet naar het MKB. Het moeilijkste van het business model van deze grootste groep MKB bedrijven is de schaalbaarheid. Toch heb je deze bedrijven nodig voor de regionale economische ontwikkeling.

Het aantal eenpersoonsbedrijven in de vier grote steden is in tien jaar meer dan verdubbeld, van 81 duizend in 2007 tot 165 duizend in 2017 (CBS, december 2017). In de rest van Nederland was de groei 79 procent. De activiteiten van deze groeiende groep eenpersoonsbedrijven bevinden zich in de sectoren; organisatieadviesbureaus, financiële holdings, algemene bouw, onderwijs (dansscholen, rijscholen, bedrijfsopleidingen etc.), industrieel ontwerp en webwinkels.

Topsectorenbeleid

In 2015 hebben de topsectoren 145 miljard euro aan toegevoegde waarde gecreëerd. Dit is een kwart van het bbp van Nederland. 23 procent van alle bedrijven behoort tot een topsector en 20 procent van alle werkzame personen werkt in een van deze sectoren. Dit meldt het CBS op basis van cijfers die het verzamelde in opdracht van het ministerie van EZ. Met de genoemde cijfers scoren de topsectoren niet opmerkelijk beter dan andere sectoren.

[/vc_column_text][/vc_column][vc_column width=”1/3″ css=”%7B%22default%22%3A%7B%22border-radius%22%3A%223px%22%7D%7D”][vc_column_text css=”%7B%22default%22%3A%7B%22border-radius%22%3A%223px%22%7D%7D”]Verdeling sectoren (Bron: CBS)
20% zakelijke dienstverlening
19% persoonlijke dienstverlening
17% horeca
14% detailhandel
11% Zorg
9% bouw
5% e-commerce
4% landbouw
1% overig

Arbeidsmarkt staat niet op zichzelf

Het ontwikkelen van ondernemerschap draagt bij aan zowel het creëren van eigen werkgelegenheid als die voor een ander. Waarbij de investeringen van de overheid vaak gericht zijn op het laatste. Echter ligt het scheppen van banen, niet bij de bedrijven alleen. Er is een duidelijke relatie tussen de ontwikkeling van de arbeidsmarkt, de culturele voorzieningen in een regio, en de infrastructuur van een regio voor het aantrekken en het behouden van medewerkers en bedrijven die bijdragen aan het dna van de regio.[/vc_column_text][vc_column_text]

Elke conjuncturele impuls leidt tot meer ondernemerschap

Het aantal starters neemt altijd toe bij een conjuncturele impuls. Er zijn meer starters door een crisis en als het economisch beter gaat. Beiden door de voor de hand liggende verklaringen; (dreigende) werkloosheid, en het durven wagen van de kans door baangarantie. De afgelopen jaren hebben we een grote stijging gehad van het aantal starters en met name ondernemers zonder personeel, ook wel zzp’ers genoemd.

Deze diverse groep is interessant om de komende tijd te volgen. Er zal een groep zijn dat terug gaat naar loondienst nu de werkgelegenheid aantrekt, sommigen kiezen blijvend voor de flexibiliteit en de afwisseling die het ondernemerschap hen biedt en er zal ook een groep zijn dat doorgroeit naar een bedrijf met medewerkers. Naar mijn mening moeten deze laatste groepen ook de aandacht krijgen van de overheid. Niet door het reguleren van deze groep ondernemers, maar door het stimuleren van deze groep in hun ondernemerschap.[/vc_column_text][vc_column_text]

Niet reguleren maar stimuleren

De resultaten spreken wat mij betreft voor zich. Zowel start-ups als het reguliere MKB bedrijf heeft baat bij een soort incubatieprogramma. Een programma waarin ze inzicht krijgen in hun eigen ondernemersvaardigheden, gecoacht en getraind worden. Als we daarin investeren als land, dan is de impact groot.

Aan de nieuwe minister Wiebes en staatssecretaris Keijzer van het ministerie van Economische Zaken: “Waarom niet gewoon doen!”

Het bericht Hype startups verblindt zicht op echte MKB verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
Economische focus in 2018 op innovatie, voedsel, financiering en onderwijs https://creativemv.com/nl/economische-focus-2018/ Sun, 24 Sep 2017 13:13:19 +0000 http://creativemv.com/?p=12593 Elke derde dinsdag van september worden tijdens Prinsjesdag de nieuwe kabinetsplannen gepresenteerd. Dit jaar door een demissionair kabinet. De economische situatie en vooruitblik is positief. In 2017 wordt, volgens het ... Lees meer

Het bericht Economische focus in 2018 op innovatie, voedsel, financiering en onderwijs verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
Elke derde dinsdag van september worden tijdens Prinsjesdag de nieuwe kabinetsplannen gepresenteerd. Dit jaar door een demissionair kabinet. De economische situatie en vooruitblik is positief. In 2017 wordt, volgens het CPB, een economische groei van 3,3% verwacht, in 2018 een groei van 2,5%. De Nederlandse economie groeit inmiddels twaalf kwartalen op rij, de werkloosheid daalt snel en het vertrouwen van consumenten en producenten ligt op een hoog niveau.

Door de toenemende werkgelegenheid zal de werkloosheid verder dalen, naar 4,3% in 2018. Tot aan 2021 stabiliseert de werkloosheid vervolgens op 4,6% van de beroepsbevolking. Dit komt omdat de werkgelegenheid en het arbeidsaanbod tussen 2019 en 2021 ongeveer even hard groeien. In de periode 2018–2021 neemt de werkgelegenheid jaarlijks toe met gemiddeld 0,5%. In deze blog zet ik de economische beleidslijnen voor het komende jaar op één rij.

Economische focus in 2018

Het Ministerie van Economische Zaken (EZ) zet ook in 2018 de eerder ingezette lijn van vernieuwen, verduurzamen en verbinden voort. Komend jaar zal de aandacht liggen op investeringen via het topsectorenbeleid, de transitie naar een voedselbeleid, het bevorderen van ondernemerschap, de inzet op smart industry en digitalisering van de economie.

De beleidsprioriteiten van het ministerie richten zich op:

  • Nieuwe kennis- en innovatieagenda 2018-2021, waarbij de focus wordt gelegd op maatschappelijke uitdagingen.
  • De stimulering van sleuteltechnologieën.
  • Invest-NL wordt hét loket en de financieringspartner voor Nederlandse ondernemers en projecteigenaren, die op zoek zijn naar financiering voor investeringen in Nederland en uitbreiding van hun activiteiten op buitenlandse markten.
  • Het programma StartupDelta 2020 faciliteert de groei van startups en scale-ups zodat zij kunnen zorgen voor vernieuwing van de economie en het samen met OCW bevorderen van ondernemerschap vanuit de
    kennisinstellingen.
  • De verankering van ondernemerschapsonderwijs.
  • Samen met OCW, SZW, sociale partners en regionale overheden wordt uitwerking gegeven aan het Techniekpact.
  • De toegang tot vaardigheden te verbeteren door vraag en aanbod op elkaar af te stemmen via publiek-private samenwerking (onder andere NL-Groeit).
  • Het kweken van bewustwording bij relevante doelgroepen en de uitrol van de opgedane kennis op het gebied van digitalisering en robotisering door de Smart Industry naar het bedrijfsleven.
  • Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid vooruitlopend op het nieuwe budget van de EU, het Meerjarig Financieel Kader, vanaf 2021.
  • Van minder naar betere regelgeving: Werken aan merkbare regeldruk vermindering en innovatieve regelgeving die kansen biedt voor innovatie in sectoren met belangrijke vernieuwingsopgaven.
  • Een thematische aanpak voor het vereenvoudigen van complexe en veel voorkomende gebeurtenissen in de levenscyclus van ondernemers («life events»), zoals het aannemen van personeel, bouwen of huren van een vestiging en internationaal ondernemen.
  • Het versterken van de samenhang tussen de digitale voorzieningen en ICT-standaarden van de overheid
    vanuit het perspectief van de ondernemer. Dit gaat gepaard met de wettelijke rechten en plichten voor ondernemers en overheden zoals de Verordening elektronische identiteiten en vertrouwensdiensten (eIDAS),
    de wijziging van de Handelsregisterwet (deponeren van de jaarrekening in Standard Business Reporting) en de Richtlijn e-factureren.
  • Het verduurzamen van de energievoorziening in Nederland. In het Integraal Nationaal Energie- en Klimaatplan (INEK) wordt het Nederlandse energie- en klimaatbeleid voor de periode 2021–2030 beschreven. In 2018 wordt INEK definitief en afgestemd met de Europese Commissie en de buurlanden.

Het toekomstfonds

Het Toekomstfonds heeft een startkapitaal van € 200 mln en wordt gevoed door mogelijke meevallers in de gasbaten ten opzichte van de voor het Toekomstfonds actuele ijklijn. Deze middelen worden met behoud van vermogen ingezet voor de financiering van innovatieve en snelgroeiende MKB-bedrijven en voor fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek. Ook de begrotingsmiddelen voor het Innovatiefonds MKB+ en de
participatie van het Rijk in de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) zijn in het Toekomstfonds ondergebracht. Voor behoud van vermogen wordt vanaf 2018 een buffer opgebouwd van in totaal € 50 mln voor de niet renderende investeringen in fundamenteel en toegepast onderzoek. De opbouw van deze buffer start in 2018 met € 5 mln per jaar.

Over de jaarlijkse voortgang van het Bedrijvenbeleid en over de indicatoren en kengetallen op dit beleidsterrein wordt uitgebreid gerapporteerd in respectievelijk de «Rapportage Bedrijvenbeleid» en de website
www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl. De begroting geeft het overzicht van de budgettaire gevolgen van het bedrijvenbeleid.

Wil je alle plannen en de begroting van het Ministerie van Economische Zaken zelf doorlezen, klik dan hier. Heb je vragen, hoe je vanuit de regio kunt aansluiten op het landelijke beleid of hoe je zelf aan de slag gaat met de regionale economische ontwikkeling. Neem dan contact met ons op.

Het bericht Economische focus in 2018 op innovatie, voedsel, financiering en onderwijs verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
De maakindustrie is wakker gekust https://creativemv.com/nl/maakindustrie-is-wakker-gekust/ Sat, 01 Jul 2017 15:24:28 +0000 http://creativemv.com/?p=12463/ [vc_row][vc_column][vc_column_text]De opmars van de maakindustrie door nieuwe technologische ontwikkelingen is niet meer te stuiten. De terugkeer van de maakindustrie heeft een economische en morele dimensie. Economisch was in Amerika en ... Lees meer

Het bericht De maakindustrie is wakker gekust verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
[vc_row][vc_column][vc_column_text]De opmars van de maakindustrie door nieuwe technologische ontwikkelingen is niet meer te stuiten. De terugkeer van de maakindustrie heeft een economische en morele dimensie. Economisch was in Amerika en Europa een denken ontstaan dat wij geen dingen meer moesten maken, want dat was te duur. Er werd besloten het werk uit te besteden naar Azië waar het goedkoper kon. Echter bedrijven halen de productie weer terug naar hun thuisland. Redenen hiervoor zijn onder meer de stijgende loonkosten in het buitenland, de stijgende transportkosten, de tegenvallende kwaliteit, de lange levertijden, en de problemen met het intellectueel eigendom. De maakindustrie moet innoveren om nog groei te bewerkstelligen. Smart, op maat en servicegericht zijn nu de onderscheidende factoren voor de maakbedrijven. De maakindustrie is wakker gekust.

Gerelateerde Expertise en Diensten:

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row height=”small”][vc_column][vc_column_text]

Geschiedenis van het industriebeleid

In de jaren vijftig startte de Nederlandse overheid met het industrialisatiebe­leid. Er waren hiervoor drie motieven: de angst voor een nieuwe economische crisis; het stimuleren van de export; en de bezorgd­heid over de mogelijke financiële gevolgen van het verlies van Nederlands-Indië. Het was de bedoeling dat de onderne­mers door zelfstandige beslissingen de plannen van de overheid zouden verwezenlijken. Het particulier initiatief zou vrij zijn en vrij blijven. De overheid beperkte zich tot het scheppen van gunstige voorwaarden. Een belangrijke maatregel was de invoering van de geleide loonpolitiek. De regering zei hoeveel de lonen mochten stij­gen. Het lage-lonenbeleid zorgde ervoor dat de ondernemers hun prijzen laag konden houden; dit bevorderde de export, vergrootte de winsten en leidde tot nieuwe investe­ringen in de industrie. Bovendien vestigden buitenlandse bedrijven zich graag in ons land. Naast een loon- en prijspolitiek moedigde de overheid de industrialisatie ook aan door het geven van belastingvoorde­len bij investeringen en door hulp bij het financieren van bepaalde investeringen. Verder stimuleerde de overheid wetenschappelijk onderzoek waar de industrie wat aan had. De infrastructuur werd verbeterd, en ook het onderwijs. Via het spreidingsbeleid probeerde de regering de industrialisa­tie te bevorderen in streken met een hoge werkloosheid. Het economische beleid in de tweede helft van de jaren veer­tig en in de jaren vijftig was een groot succes.

Minder overheidsingrijpen

In de jaren zestig veranderde er veel. De nieuwe kabinetten voerden een ander economisch beleid. Ze wilden minder overheidsingrijpen in de economie. Zo werd in 1963 de geleide loonpolitiek opgegeven. Loonexplosies waren het gevolg. Omdat de prijzen minder stegen dan de lonen, groeide het reële inkomen van de Nederlander flink. De binnenlandse consumptie nam sterk toe, hetgeen de pro­ductie weer verder stimuleerde. De welvaart steeg met spron­gen. De economische groei hield in de jaren zestig aan. De chemi­sche industrie, de aardolieraffinaderijen en de metaalindustrie waren de snelst groeiende bedrijfstakken. Maar gaandeweg werd ook de schaduw­zijde van deze ontwikkeling zichtbaar. De loonstijgingen leid­den tot prijsstijgingen, waardoor ondernemers met hun pro­ducten op de internationale markt minder goed konden concurreren. Om toch winst te blijven maken, gingen ze daar­om investeren in machines die mensen vervingen. Geleidelijk aan ontstond het probleem van de werkloosheid. Lagere lonen en sterke groeimarkten elders zijn twee economische redenen die deze neergaande trend in het belang van de industrie in Nederland verklaren. Door het opzetten van nieuwe productievestigingen in lagelonenlanden zoals in de Aziatische landen verdwenen delen van de productie van de industrie uit Nederland.

Opkomst kenniseconomie

De overgang was de opkomst van de kenniseconomie. De relevantie van de klassieke productiviteitsbenaderingen nam af. De opkomst was het gevolg van drie economische trends: ten eerste de markt werd in toenemende mate vraaggestuurd; toenemende mondialisering; en de toenemende dynamiek. Het ging vervolgens niet alleen om het vermarkten van de kennis, maar ook om het slimmer maken van onze producten, onze diensten en onze omgeving. Inmiddels is dat kwartje gevallen. Slimme oplossingen voor de grote maatschappelijke uitdagingen. Smart cities en smart industries staan samen met de startups en scaleups hoog op de lijstjes van menig beleidsmaker en politicus. De maakindustrie wordt weer gewaardeerd en het aantal jonge mensen dat kiest voor een technische opleiding neemt na lange tijd weer toe. De mogelijkheden zijn ook groot en met een grote impact. Nu nog op de juiste manier vanuit de overheid faciliteren. Dan heb ik het niet alleen over investeringen maar ook over achterlopende en te trage regelgeving. De overheid loopt achter de troepen aan en dit werkt remmend voor de Nederlandse bedrijven om door te pakken.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row height=”small”][vc_column][vc_column_text]

Dingen zo slim mogelijk maken

Het spel van de maakindustrie is dingen zo slim mogelijk maken. Door de verbinding van automatisering en het analyseren van big data kan het westen in kleine hoeveelheden op maat produceren, dus afgestemd op de specifieke behoeften van een klant. Nieuwe materialen en productiemethoden, 3D-printing, robots, sensoren en big data, en nieuwe manieren van samenwerken op het gebied van onderzoek en ontwikkeling leiden ertoe dat grote bedrijven hun productie uit Azië weer terughalen naar de VS en Europa. Reshoring heet dit proces en het is vaak het startsein voor innovatie. De KvK publicatie ‘Produceren in Nederland of in lagelonenlanden?‘ (februari, 2016) zet de belangrijkste feiten over reshoring op een rij.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row height=”small”][vc_column][vc_column_text]

Noodzaak tot servitization

Zoals gezegd, de maakindustrie moet innoveren en de overgang maken naar slimme producten in combinatie met servicegerichte dienstverlening. Industriële productiebedrijven erkennen inmiddels het belang van servitization. Dit is het proces waarbij dienstverlening een steeds grotere rol krijgt in het businessmodel van maakbedrijven. Naast − en soms ten koste van − de traditionele product- en machineverkoop. Service verandert van een kostenpost in een kans om de klant beter van dienst te zijn, en zo extra omzet te genereren. Servitization is verre van een nieuw begrip, maar wel nieuw in het business model voor de maakindustrie om het concurrentievermogen en de winstgevendheid te versterken. ABN AMRO heeft vorig jaar nog een rapport uitgebracht over de business modellen in de maakindustrie en de overgang naar een meer service-georiënteerd businessmodel.

Grote winst te behalen

Nieuw onderzoek ‘From Products to Services: creating sustainable growth in industrial manufacturing through servitization’ van PA Consulting Group bekijkt de impact van servicestrategieën van Europese industriële maakbedrijven:

  • Driekwart (75%) van de industriële maakbedrijven verwacht dat servitization in de toekomst hun business zal domineren;
  • Desondanks heeft minder dan een derde (30%) van deze bedrijven een servitization-strategie;
  • Bedrijven die dit model al hebben geïntegreerd, zien hun marges op dienstverlening flink stijgen, tot wel 35%.

De top 20% van succesvolle servitization-bedrijven zet de combinatie van technologie, data en klantenservice in om hun aanbod samen te stellen. Ook de focus op het samenwerken met klanten is van belang. De beste 70% van de bedrijven doet aan co-creatie.

Bedrijfscultuur is obstakel

De belemmeringen die fabrikanten ervaren bij de implementatie van een op service gebaseerd model, hebben te maken met de bedrijfscultuur en de flexibiliteit van de medewerkers. Steun vanuit de top van het bedrijf, het eigen vertrouwen in het bewerkstelligen van gedrags- en cultuurverandering en de omslag van de verkoop van producten naar diensten, zijn de drempels om te overwinnen. Het succesvol verkopen van diensten vereist diepe interesse in de wensen van de klant en dat gaat verder dan productverkoop. Bedrijven die starten met dienstenverkoop, benaderen die diensten vaak als producten, waardoor de aanpak mislukt. Het aanpassen van het bedrijfsmodel en de implementatie van een consistente strategie voor het leveren van dienstverlening, is essentieel voor een zekere toekomst van de maakbedrijven.

Ik daag u graag uit om de stap vooruit te zetten.

[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row]

Het bericht De maakindustrie is wakker gekust verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
Vrouwen die durven te ondernemen https://creativemv.com/nl/vrouwen-durven-ondernemen/ Fri, 16 Jun 2017 14:24:59 +0000 http://creativemv.com/?p=12633 In de Elsevier van deze week staat een artikel over vrouwen die ‘durven’ te ondernemen. “Ondernemen voor eigen risico schijnt nog steeds een mannending.” Het artikel is geschreven naar aanleiding ... Lees meer

Het bericht Vrouwen die durven te ondernemen verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
In de Elsevier van deze week staat een artikel over vrouwen die ‘durven’ te ondernemen. “Ondernemen voor eigen risico schijnt nog steeds een mannending.” Het artikel is geschreven naar aanleiding van TheNextWomen 100. Opvallend in het artikel vond ik dat veel vrouwen uit de ‘succesvolle’ lijst, een familiebedrijf leiden. Elsevier voegt hier (gelukkig) aan toe dat ondanks de vrouwen niet de oprichter zijn, dit niks zegt over hun ondernemendheid. Volgens de geïnterviewde ondernemers is het van belang dat je oplossingsgericht bent, je ambities hebt, je keuzes maakt, niet bang bent om fouten te maken en doorzet. Vrijheid en dingen naar je eigen hand kunnen zetten maakt het ondernemerschap aantrekkelijk. Daar ben ik het helemaal mee eens. En gelukkig is het aandeel vrouwelijke ondernemers de afgelopen jaren in Nederland behoorlijk toegenomen.

In deze update, deel ik graag met je de laatste ontwikkelingen:

– Europa: Vernieuwde agenda voor hoger onderwijs
Britse krant hekelt Haagse marketing rond Mondriaan
Mary Meeker’s 2017 Internet Trends Report
– Nederland in top 5 meest concurrerende economieën en meest innovatieve landen
– Mondiaal basisinkomen is geen innovatiebeleid
– 10 Fintech-aanbevelingen voor nieuwe kabinet
– Open Data Portals in acht middelgrote Europese steden

Veel leesplezier!

Het bericht Vrouwen die durven te ondernemen verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
NL Overheid moet startersbeleid blijven prioriteren https://creativemv.com/nl/nl-overheid-moet-startersbeleid-blijven-prioriteren/ Thu, 08 Dec 2016 09:05:53 +0000 http://creativemv.com/?p=12060/ Jarenlang is het startersbeleid gericht op het stimuleren van meer en beter ondernemerschap. Nu lijkt het tij te keren. Het succes van het beleid lijkt onder te sneeuwen door de ... Lees meer

Het bericht NL Overheid moet startersbeleid blijven prioriteren verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
Jarenlang is het startersbeleid gericht op het stimuleren van meer en beter ondernemerschap. Nu lijkt het tij te keren. Het succes van het beleid lijkt onder te sneeuwen door de discussie rondom het ZZP-schap en een scheiding van het ondernemerschap in Nederland. Een grote misvatting in mijn ogen. Een kleine groep heeft misschien ‘gedwongen’ gekozen voor het ondernemerschap, maar de meerderheid kiest voor het ondernemerschap. En dit is goed voor de economische ontwikkeling in Nederland, in alle tijden.

Wanneer het goed gaat met een economie, dan is er voor overheden minder aanleiding om nieuwe, ondernemende bedrijven te stimuleren. De nadruk ligt meer op het behouden en laten groeien van het bestaande. Echter als ondernemerschap wordt gestimuleerd in zowel goede als slechte economische tijden, dan blijven bedrijven uitgedaagd, en moeten ze zich blijven vernieuwen en aanpassen. Startende ondernemers zijn het verse bloed dat er voor zorgt dat de economie gezond blijft, ook al is niet ieder bedrijf even succesvol. En ook daaraan kan het beleid bijdragen.

Gerelateerde Expertise en Diensten:

Positief effect op werkgelegenheid op korte en lange termijn

Niet alleen zorgt een ondernemer voor zijn of haar eigen werkgelegenheid, maar op den duur ook voor de werkgelegenheid van anderen. Onderzoek toont aan dat er sprake is van een zogenaamde S-curve. In eerste instantie heeft de toetreding van nieuwe bedrijven effect op bestaande bedrijven, die moeite hebben met de opgekomen concurrentie. Echter na deze fase zorgt het gestegen concurrerende aanbod voor stijging van de werkgelegenheid in het geheel. Na tien jaar na de start, vervaagt de impact van het nieuwe bedrijf op werkgelegenheid. Dit patroon is gevonden in de VS, en diverse Europese landen.

Starters versnellen productiviteit

Concurrentie tussen nieuwe en bestaande bedrijven leidt tot een ‘survival of the fittest’. Schumpeter sprak in dit kader over ‘creative destruction‘. Ook als de algehele werkgelegenheid daalt, bevorderen nieuwe bedrijven de productiviteit. Dit gebeurt om twee redenen. Ten eerste, nieuwe bedrijven vergroten de concurrentie in de markt, ze verplaatsen de krachten in de markt en dwingen bestaande bedrijven efficiënter te werken of te stoppen. Ten tweede, alleen bedrijven met een duidelijk onderscheidend vermogen of bedrijven die efficiënter kunnen werken, treden toe tot de markt.

Nieuwe toetreders, uittreders en de veroorzaakte turbulentie hebben in het geheel een positief effect op productiviteit. Deze effecten zijn gemeten in een proef onder de 23 OECD landen en in specifieke landenstudies in Duitsland, Zweden en in Nederland. Het patroon laat zien dat ondernemers in algemene zin bijdragen aan productief gebruik van schaarse middelen in een economie, met de grootste impact door innovatieve ondernemers.

Nederland is topland als het gaat om ondernemerschap en groei

Ondernemerschap is belangrijk voor onze economische ontwikkeling, dat is inmiddels hopelijk duidelijk. De voordelen voor de samenleving zijn nog groter in de landen, waar ondernemers flexibel kunnen ondernemen, hun ideeën kunnen ontwikkelen en de vruchten ervan kunnen plukken.

Landen als China hebben dit inmiddels ook goed begrepen. Zij stimuleren en faciliteren nu ook ondernemerschap. Ondernemende activiteiten, die eerder als bedreiging voor het gevestigde systeem werden gezien, zijn cruciaal voor de economische concurrentiekracht en het succes op de lange termijn.

Het uitgangspunt van Nederland om ondernemerschap en de groei van start-ups te bevorderen is “excellent”. Dat constateert een rapport van het Joint Research Centre (JRC, 2016). Het schaart ons land in de kopgroep van Europa, samen met de Scandinavische landen en het Verenigd Koninkrijk. Toch kent ons land ook punten waarop verbetering mogelijk is, zoals nog steeds de toegang tot kapitaal en arbeidsmarktregulering.

Lage score op creatie van kennis en netwerken en arbeidsregulering

We scoren ook bijzonder laag in de scale-up index op het gebied van de creatie van kennis en netwerken. Hieronder wordt verstaan: samenwerking met consumenten en andere bedrijven; samenwerking tussen universiteiten en het bedrijfsleven en internationale samenwerking. Nederland scoort ook hoog op de tijd die wordt besteed aan belastingproblematiek en laag op de al eerder genoemde arbeidsregulering. Het feit dat het toenemende aantal bedrijven in Nederland in contrast staat met de steeds kleiner wordende groep aan bedrijven die daadwerkelijk groeien, heeft wellicht ook te maken met laatst genoemde punt. Het hoge aantal wijzigingen in de regelgeving en de onduidelijkheden die bestaan over de uitvoeringspraktijk, geven het gevoel van een stijging van de regeldruk met een negatief gevolg voor de ondernemer (Panteia, Kleine ondernemers, nog altijd hoge lasten; vergelijking tussen 2007-2013/2014, 2014).

Veel dromers, weinig die het echt willen en kunnen

Naast de uitgangspunten om te kunnen starten in een land, moeten we de ondernemer zelf niet uit het oog verliezen. Het ambitieniveau en de vaardigheden van de ondernemer zijn van invloed op de start en de ontwikkeling van zijn bedrijf.

Iedereen ziet wel eens een kans of heeft een idee, toch zijn er relatief weinig die de kans grijpen en daadwerkelijk een bedrijf starten en doorzetten. Want dat laatste is een van de eigenschappen waarover een ondernemer moet beschikken. En doorzetten kun je alleen als je iets ook heel graag wilt. Ondernemers delen bepaalde vaardigheden zoals creativiteit, flexibiliteit, en risicobereidheid. Het Ondernemers Competentie Model van dr. Martijn Driessen brengt de benodigde persoonlijke karakteristieken en vaardigheden in kaart. Voor starters zijn in het bijzonder van belang: de bereidheid tot het nemen van risico’s, het geloof in het eigen vermogen om de eigen toekomst te beïnvloeden (sterke intrinsieke motivatie), openstaan voor ervaringen (nieuwsgierig, creatief, pionier) en sociale oriëntatie.

Naast deze benodigde eigenschappen voor de start van het bedrijf, zijn meer vaardigheden en eigenschappen van invloed op het succes van het ondernemerschap en het besluit te stoppen of door te zetten in de nieuwe uitdaging. Onderzoek van Driessen laat zien dat belangrijke eigenschappen en vaardigheden ook zijn: de mate van prestatiegerichtheid, dominantie, effectiviteit, zelfstandigheid en doorzettingsvermogen van de ondernemer.

Soft skills ondernemer van grote invloed op succes

De grote invloed van de vaardigheden van de ondernemer op het succes van het bedrijf, zou veel meer aandacht moeten krijgen in het startersbeleid. Uit mijn tijd bij de Kamer van Koophandel weet ik dat starters weinig inzicht hebben in hun eigen ondernemerschap en een investering in de eigen ontwikkeling uit zichzelf weinig maken. Stimulering en facilitering ervan door de overheid draagt wel bij aan de verhoging van het succes van de ondernemer. Onderzochte effecten van het project Ik Start Smart (vraaggestuurd project met een combinatie van de E-Scan ondernemerstest, coaching, training en netwerk), waarbij de nadruk ligt op de ontwikkeling van de eigen ondernemersvaardigheden, toont aan dat 89% nog bestaat na vijf jaar in tegenstelling tot het gemiddelde van 49%. En dit gemiddelde cijfer is niet uniek voor Nederland, ook in bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk is dit het geval. Uitrol van de succesvolle methodiek in geheel Nederland zou een enorme boost geven aan onze economie.

Aandacht voor begeleiding ondernemer noodzakelijk voor groei

In de whitepaper ‘De haperende groeimotor van het Nederlands kleinbedrijf‘ (2016) ter gelegenheid van de lancering van NLGroeit, wordt het gebrek aan vaardigheden en het belang ervan voor groei onderschreven. Hun eindaanbeveling is als volgt: “Het groeivermogen van Nederlandse MKB bedrijven dient vergroot te worden door ondernemers bewust te maken van groeikansen (inspireren), hen te activeren om gebruik te maken van coaching en opleiding, en ondernemers te helpen bij de groeirealisatie door hen te faciliteren bij het vinden van de ideale match met een coach, mentor of opleiding. De impact van meer groei in het MKB kan aanzienlijk zijn.

Zo zou bijvoorbeeld met 5% meer groeiende MKB bedrijven binnen drie jaar tijd 60.000 nieuwe banen en 3 miljard euro aan toegevoegde waarde extra worden gecreëerd!”

Vroegtijdige ontwikkeling van ondernemend gedrag en ondernemerschap, liefst in het onderwijs en bij de start van het bedrijf, heeft dus een grote impact. Startersbeleid gericht op een optimaal ecosysteem en de vaardigheden van de ondernemer moet prioriteit blijven voor de overheid ten behoeve van economische groei en werkgelegenheid.

Wil je aan de slag met het ontwikkelen, het stimuleren of het faciliteren van ondernemerschap of heb je vragen, neem dan contact met mij op.

Het bericht NL Overheid moet startersbeleid blijven prioriteren verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
Ontdek wat inclusieve innovatie voor de inclusieve economie betekent https://creativemv.com/nl/inclusieve-innovatie-voor-een-inclusieve-economie/ Thu, 24 Nov 2016 09:00:47 +0000 http://creativemv.com/nl/?p=11970 Het (trend)woord van dit jaar van politici is wat mij betreft ‘inclusief’. Een inclusieve samenleving en een inclusieve economie. In de Verenigde Staten een onderwerp van gesprek tijdens de presidentsverkiezingen ... Lees meer

Het bericht Ontdek wat inclusieve innovatie voor de inclusieve economie betekent verscheen eerst op CreativeMV.

]]>
Het (trend)woord van dit jaar van politici is wat mij betreft ‘inclusief’. Een inclusieve samenleving en een inclusieve economie. In de Verenigde Staten een onderwerp van gesprek tijdens de presidentsverkiezingen en ook in Nederland hebben politieke partijen het woord opgenomen in hun verkiezingsprogramma’s. De OECD startte in 2013 al een project gericht op hoe innovatie kan bijdragen aan het verkleinen van ongelijkheid en het vergroten van groei. Ook Canada voegde daar dit jaar een inclusieve innovatie agenda voor inclusieve groei aan toe.

Het zoeken naar de mogelijkheden voor de verkleining van de ongelijkheid tussen mensen en landen is natuurlijk niet nieuw. Echter het plaatsen ervan op een bredere politieke agenda in deze tijd wel. En afgezien van de tijdsgeest, vind ik het interessant om de uitwerking van deze trend nader te onderzoeken. In mijn zoektocht stuit ik op vele onderzoeken en gedachten in diverse landen. In deze blog probeer ik antwoord te geven op de betekenis van een inclusieve innovatie voor de groei van de economie.

Gerelateerde Expertise en Diensten:

Voormalig president van de Verenigde Staten Franklin D. Roosevelt zei, tijdens de periode van de grote economische depressie in de jaren dertig, over wat zijn zogenaamde ‘The New Deal’ zou bereiken: “We are trying to construct a more inclusive society…. We are going to make a country in which no one is left out”.

Waarom?

Het doel van (economische) beleidsmakers is eigenlijk altijd en overal hetzelfde: groei van de welvaart en het welzijn. Dit kan bereikt worden door meer en beter: onderwijs (voor iedereen), werkgelegenheid, cultuur, zorg, leefklimaat, innovatie, en ondernemerschap. Oftewel een evenwichtig ecosysteem.

De weg om dit te bereiken en de ingezette middelen kennen per tijdsperiode nuanceverschillen. Dit is afhankelijk van de technologische, economische, demografische, culturele en sociale ontwikkelingen in een land. Het ecosysteem ontwikkelt zich naar zijn omgeving en heeft hierdoor de neiging steeds weer opnieuw uit balans te raken. Door steeds weer nieuwe vormen en contexten te creëren, wordt door beleidsmakers geprobeerd het evenwicht te herstellen.

Economische groei heeft echter tot op heden drie belangrijke problemen niet opgelost: armoede, werkeloosheid en ongelijkheid. Daarnaast laat het zich ook moeilijk vertalen naar welzijn. Het heeft geleid tot de behoefte aan een ander groeimodel, een die inclusief is.

Wat betekent inclusieve innovatie?

Voor beleid en strategie zijn het bepalen van definities van belang. Zij zorgen voor grenzen aan de problemen en het bepalen van de doelen, zodat keuzes gemaakt kunnen worden. Het draagt bij aan de transparantie en de betrouwbaarheid van het beleid. Het is daarom van belang om expliciet te definiëren wat onder, in dit geval, inclusieve innovatie wordt verstaan. Wat bedoelen beleidsmakers als ze ‘inclusieve innovatie’ als doel bepalen? En ten tweede wat zijn de onderscheidende karakteristieken van een beleid gericht op inclusieve innovatie ten opzichte van een reguliere economische innovatiestrategie?

De definitie

Het OECD heeft inclusieve innovatie als volgt gedefinieerd: innovaties, die het welzijn van lagere inkomens- en uitgesloten groepen bevordert, met betrekking tot consumptie en in de ondersteuning van economische activiteiten. Voorbeelden van genoemde initiatieven, die hieraan bijdragen zijn: mobiel betalen, hergebruik van afval voor 3D printen, een assemblagelijn voor staaroperaties, $2000 auto, en een aangepast leerplan.

Inclusieve innovatie is volgens de Wereldbank, elke innovatie dat leidt tot betaalbare toegang tot kwaliteitsproducten en diensten voor de armen op een duurzame basis en met een groot effect.

De karakteristieken

De definities van inclusieve innovatie kennen verschillen in de formulering, maar ze zijn wel overeenkomstig wat betreft het doel van inclusieve innovatie. Om dit extra scherp te krijgen kijk ik naar de kenmerken van beleid gericht op inclusieve innovatie voor een inclusieve economie. Inclusieve innovatie kenmerkt zich door de volgende karakteristieken:

  • Het is gericht op welzijn en welvaart voor iedereen;
  • Het waarborgt economische, sociale en territoriale cohesie;
  • Het moderniseert het sociale zekerheidsstelsel en verhoogt de arbeidsparticipatie;
  • Het investeert in het onderwijs, het verwerven van nieuwe vaardigheden en het leren omgaan met een veranderende arbeidsmarkt;
  • Het is duurzaam en groen;
  • Gericht op producten en diensten met lage aanschafkosten, hoge kwaliteit en het voorziet in de behoeften van de consument (met een laag inkomen).
Inclusieve innovatie en inclusieve groei

In de diverse beleids- en onderzoeksstukken worden inclusieve innovatie en inclusieve groei gezamenlijk en door elkaar gebruikt. Dit heeft te maken met de gedachte dat inclusieve innovatie nodig is voor inclusieve groei, het eerder geschetste hogere doel. Inclusieve groei is daarmee ook een breder gebruikt begrip. In 2014 noemden het IMF, de Europese Commissie en DFID inclusieve groei als prioriteit in hun strategieën en plannen.

Hoe wordt inclusieve groei gemeten?

Om de inclusieve ontwikkeling te meten, zijn de cijfers van de economische groei (Bruto Nationaal Product) niet voldoende. Om het sociale ‘succes’ te meten, is in 2013 tijdens het Skoll World Forum de ‘Social Progress Index‘ (SPI) gelanceerd. 52 indicatoren bepalen hoe het met het welzijn van een samenleving is gesteld. Het brengt de sociale vooruitgang in beeld op het gebied van basisbehoeften (veiligheid, zorg, water etc.), kansen (individuele rechten, tolerantie, onderwijs, individuele vrijheid) en gronden voor welzijn (toegang tot kennis, gezondheid, duurzaam ecosyteem). De methodiek wordt in dit rapport (2016) van Social Progress Imperative (geleid door econoom Michael Porter) nader uitgelegd. Nederland staat op de achtste plek in de SPI 2016. De top 3 is respectievelijk Finland, Canada en Denemarken.

OECD

In 2013-14 was een project van de OECD gericht op hoe innovatie kon bijdragen aan inclusieve ontwikkeling. Ze onderzochten de beleidsmogelijkheden om inclusieve innovaties in het onderwijs en andere sleutelsectoren te vergroten. Het project was gericht op China, Colombia, India, Indonesië en Zuid-Afrika, maar onderzocht ook de ervaringen van andere OECD landen. In juni 2015 brachten ze de rapportage ‘Innovation Policies for Inclusive Growth’ uit. Om concrete beleidsoplossingen te ontwikkelen, hebben ze een raamwerk gemaakt om innovatie en beleid te analyseren vanuit het perspectief gericht op industriële, territoriale en sociale inclusiviteit.

Wereldbank

Voor de studie ‘Inclusive Innovation for Sustainable Inclusive Growth’ in samenwerking met State Information Center (SIC) heeft de Wereldbank gewerkt aan een podium voor potentiële implementatie en uitvoering van een inclusief innovatiebeleid voor China.

De relevantie ervan wordt erkend, echter de stappen voor inclusieve innovatie moeten nog worden gezet. Dit betekent onder meer innovatiebeleid gericht op het vergroten van de koopkracht en het verbeteren van inkomsten-genererende kansen voor de arme bevolking. Aanbevelingen uit het rapport zijn onder andere: een gemakkelijke regelgeving en ondersteunend beleid inzake overheidsopdrachten; een geïntegreerde nationale inclusive innovatiebeleid en de vereiste institutionele systemen; een speciaal fonds voor inclusieve innovatie met inbegrip van particuliere risicokapitaal om oplossingen gericht op armen te ondersteunen.

Canada

Canada heeft een Minister van Innovatie, Wetenschap en Economische ontwikkeling, Navdeep Bains. Hij ziet innovatie als sleutel tot de groei van de middenklasse en nieuwe economische, sociale en milieu kansen voor het land. Hij wilt dat Canada een innovatieve natie wordt. Sterker nog zijn visie is: Canada als wereldwijd centrum van innovatie. Het ministerie heeft de bevolking gevraagd ideeën aan te leveren op een zestal thema’s, waaronder een ondernemende en creatieve samenleving, concurreren in een digitale wereld, het gemak van zakendoen, wereldwijde excellentie in wetenschap, ‘schone’ groeibedrijven en wereldleidende clusters. Innovatief zijn, moet een Canadese waarde worden. Het onderwijs speelt hierin een belangrijke rol en moet de Canadezen opleiden in creatief denken en risicobereidheid en de ambitie tot wereldwijd succes stimuleren.

Thailand

De National Science Technology and Innovation Policy Office (STI) van Thailand richt zich sinds 2011 op een groen en inclusief innovatiebeleid. Op dit moment zijn diensten en vervolgens de industrie en agricultuur de belangrijkste sectoren in Thailand. Het beleid is gericht op innovatie op het gebied van ‘groene’ consumptie (hogere efficiency door de consument), ‘groene’ industrie (bio-based industrie, diensten en toerisme gericht om milieubewustzijn), milieubescherming (R&D en watermanagement).

De inclusiviteit richt zich bij hun op een bredere innovatieaanpak dan de traditionele benadering van wetenschap en technologie. Het beleid moet de organisaties gericht op onderzoek, ontwikkeling, en de vertaling naar de markt (commercialisering) verbinden. Tevens moet het beleid het innovatievermogen van arme mensen vergroten en ze onderdeel maken van het innovatieproces. Speerpunten zijn bijvoorbeeld: voor ieder kind één tablet, een financieringsfonds voor MKB ondernemers en incubators in het onderwijs en de reorganisatie van het nationale onderzoeks- en innovatiesysteem.

Pittsburgh

Pittsburgh verstaat onder inclusieve innovatie: het verstrekken van gelijke toegang tot producten en diensten met nieuwe technologie, ideeën, medewerkers en uitvindingen om te voldoen aan de complexe uitdagingen en de hoge standaarden. In 2015 heeft Pittsburgh een zogenaamde ‘Innovation Roadmap‘ geïntroduceerd om de digitale kloof tussen bewoners (inclusief de 13% zonder computer) te overbruggen, het beschikbaar stellen van open data van de stad, het promoten van duurzame en schone technologie en het vergroten van de samenwerking van de overheid met kleine bedrijven en ondernemers.

Detroit

Detroit heeft al langere tijd te maken met een hoge werkloosheid en een mismatch tussen de arbeidsmarkt en het onderwijs. Veel bewoners hebben nu gekozen voor het ondernemerschap. In 2007 heeft The New Economy Initiative (NEI) het initiatief genomen tot het creëren van inclusieve, innovatieve regionale cultuur door Detroit’s creatieve ondernemersgeest nieuw leven in te blazen. Ze hebben (financierings-)programma’s gericht op de opstart van kleine lokale bedrijven in de buurten. Met als gevolg dat leegstaande panden weer gevuld raken, de werkgelegenheid toeneemt, het leefklimaat verbetert en talent weer wordt aangetrokken.

Valkuilen en Successen voor inclusieve bedrijven

Om als bedrijf succesvol inclusieve innovatieve producten of diensten te ontwikkelen, moet je rekening houden met een aantal te nemen hordes. De meest voor de hand liggende obstakels zijn het ontbreken van een goede (fysieke) infrastructuur, een gebrek aan effectief regulerende instanties en nuttige marktinformatie. Een onderzoek van Accenture bracht nog vijf valkuilen aan het licht.

  1. Het ontbreken van ‘echte’ steun van de top van een organisatie;
  2. De focus op de verkeerde prestatiecijfers;
  3. Verzuimd getalenteerd bestuur aan te nemen;
  4. Het gebruik van oude businessmodellen;
  5. Samenwerking met de verkeerde organisaties.

Deze valkuilen zijn allemaal te voorkomen. Een belangrijke oorzaak is de angst voor het onbekende. Bedrijven als Unilever of Alibaba lossen het als volgt op. Geef bijvoorbeeld het bestuur de rol van investeerder en laat ze de middelen verdelen over de verschillende inclusieve innovatieprojecten en vergroot hiermee hun betrokkenheid bij de initiatieven. Laat projectleiders maandelijks pitchen over de voortgang (behalen van hun bepaalde mijlpalen) van hun initiatief voor de verlenging van de financiering. Je creëert hiermee een competitieve, ondernemende cultuur, waarbij het bestuur intens betrokken is. Ook kun je het initiatief introduceren als sociale verantwoordelijkheid en niet zozeer als bedrijfsproduct of dienst dat direct winst oplevert. Bepaal andere indicatoren waarmee de effectiviteit kan worden gemeten.

Hoe inclusief is jouw beleid?

Wil je als organisatie ook aan de slag met inclusief beleid? Of heb je vragen? Neem dan contact met mij op. Ik help overheden en organisaties met een effectieve beleids – of communicatiestrategie en ik ontwikkel programma’s voor inclusief (innovatie)beleid.

Het bericht Ontdek wat inclusieve innovatie voor de inclusieve economie betekent verscheen eerst op CreativeMV.

]]>